Elke dag een tekst

Elke dag kom je ze wel tegen. Een tekst die je raakt, die verwondert, waar je vrolijk van wordt of die tot nadenken stemt. Een zin uit een boek, krant of een gedicht, een flard van een opgevangen gesprek, een opmerking uit een film. Ik schreef zulke zinnen op of knipte ze uit met als doel ze nooit meer te vergeten. Om de blaadjes/krantenknipsels vervolgens kwijt te raken. Er moest iets op te verzinnen zijn, maar ik kwam er niet op.

Tot ik las over 365-dagen-projecten. Toen wist ik het, dit wordt mijn project: elke dag een tekst. Een jaar lang. (Maar als er geen internet-verbinding is, kan het ook wat langer dan een jaar worden, ik maak de 365 dagen in dat geval wel vol.)

Ik zet er iedere dag een zelfgemaakte foto bij. Het kan een foto zijn die ik al eerder heb gemaakt, het kan een foto zijn die ik speciaal voor die tekst heb gemaakt. Als hij er gevoelsmatig maar bij past.

Ik hoop dat je, als je dit blog leest, een tekst vindt waarvan je denkt: "ja, die is bijzonder, die schrijf ik op....".

vrijdag 28 september 2012

365e dag

Voor de 365e dag heb ik deze tekst bewaard. Een lang fragment uit de Georgica (Landleven) van Vergilius. In mijn favoriete vertaling. Vergilius schreef Georgica in de jaren 37 - 29 v.Chr. Het zou gisteren geschreven kunnen zijn:

Wélzalig boerenvolk, - als het tenminste 
besef had van zijn eigen zegeningen!
Want vér van twist en tweedracht geeft de aarde
vanzelf en allergulst haar goede gaven.
Bij hem allicht geen statig huis dat 's morgens
zijn fraaie porten opent en een grote
stroom van cliënten spuwt uit alle kamers.
Bij hen gaapt men niet aan tegen met schalen 
van schildpad ingelegde deurpanelen,
of kleden speels met goudbrokaat doorweven,
of kostbaar koperen vaatwerk van Korinthe.
Géén witte wol geverfd met Syrisch purper
noch uitgepuurde olie van olijven
bedorven door een bijsmaak van lavendel.
Maar wél bij hen: een onbezorgde vrede,
een levenswijze die niet weet van liegen
en rijk is aan diverse mogelijkheden.
Zij zoeken rust in onbekrompen ruimten
met grotten, zuivere meren, koele dalen.
Men kan er nog geloei van koeien horen
en heerlijk slapen onder loof van bomen.
Er zijn nog weiden in de bergen, wouden
waarin het wild zijn legers heeft gevonden.
Er is een jeugd, gewend aan zware arbeid,
gewoon zich met maar weinig te behelpen.
Er is nog eerbied voor de goden, eerbied
en welgezindheid jegens de bejaarden.
Gerechtigheid liet, van de aarde vluchtend,
haar laatste voetspoor onder deze lieden. 


 Publius Vergilius Maro (70 -19 v.Chr), Romeinse dichter, 'Georgica',
vertaald door Anton van Wilderode

Geen opmerkingen:

Een reactie posten